FlowCAD3D

Flenstypen: lasflens met hals, overschuifflens en blindflens

Bijgewerkt

Samenvatting

Een flens verbindt een pijp met een andere pijp, een afsluiter of apparatuur, zodat de verbinding weer los kan. De lasflens met hals, de overschuifflens en de blindflens zijn de meest gebruikte typen; elk type heeft een eigen bevestiging en toepassing.

Functie van een flens

Een flensverbinding bestaat uit twee flenzen, een pakking ertussen en een boutset die de flenzen op elkaar drukt. Anders dan een lasverbinding kan een flensverbinding weer worden geopend. Flenzen zitten daarom op plaatsen waar een leiding uit elkaar moet kunnen: bij afsluiters, pompen, vaten en instrumenten, aan de uiteinden van spools die op de bouwplaats worden verbonden, en waar een leiding later wordt gereinigd, geïnspecteerd of uitgebreid.

Het type flens bepaalt hoe de flens aan de pijp wordt bevestigd, hoe sterk de verbinding is en hoeveel werk de werkplaats eraan heeft. De keuze ligt vast: de leidingklasse bepaalt per leiding het type flens, de drukklasse en het dichtvlak.

Normen

Twee normen dekken de meeste industriële flenzen:

De normen leggen de afmetingen vast: buitendiameter, steekcirkel, aantal en maat van de bouten, dikte en, bij flenzen met een hals, de lengte van de hals. Twee flenzen met dezelfde norm, maat en drukklasse passen op elkaar, ongeacht de fabrikant.

Lasflens met hals

Een lasflens met hals heeft een lange, taps toelopende hals met een afgeschuinde laskant. De pijp wordt met een stomplas aan de hals verbonden. In EN 1092-1 is dit type 11; in ASME B16.5 de welding neck flange (WN).

Eigenschappen:

Lasflenzen met hals zijn gebruikelijk in procesinstallaties, stoomleidingen en leidingen met een hoge drukklasse.

Overschuifflens

Een overschuifflens heeft een boring die iets groter is dan de buitendiameter van de pijp. De pijp wordt in de flens geschoven en vastgezet met twee hoeklassen: één aan de achterzijde van de flens (bij de hals, als die er is) en één aan de binnenkant, bij het dichtvlak. In EN 1092-1 werken de vlakke lasflens (type 01) en de overschuifflens met hals (type 12) zo; in ASME B16.5 is dit de slip-on flange (SO).

Eigenschappen:

Overschuifflenzen komen veel voor in leidingen voor hulpsystemen (utilities), koelwater, perslucht met een lage druk en installaties in gebouwen, waar druk en temperatuur gematigd zijn en de belasting vooral statisch is.

Blindflens

Een blindflens is een massieve schijf met de boutgaten van een flens, maar zonder boring. De blindflens sluit het einde van een leiding, een aansluitstomp of een opening in een vat af. In EN 1092-1 is dit type 05; in ASME B16.5 de blind flange (BL).

Toepassingen:

Een blindflens draagt de volledige leidingdruk op zijn vlak en wordt niet gelast, alleen gebout.

Vergelijking

Lasflens met halsOverschuifflensBlindflens
Bevestigingstomplastwee hoeklassenalleen gebout
EN 1092-1type 11type 01, type 12type 05
ASME B16.5WNSOBL
Sterkte bij wisselende belastinghooggematigdn.v.t.
Gebruikelijke toepassingproces, stoom, hoge drukhulpsystemen en lage drukleidingeinden, aansluitstompen, drukproeven

Andere typen

Naast deze drie kan een leidingklasse ook deze typen bevatten:

Dichtvlak

Het dichtvlak van de flens bepaalt welke pakking wordt gebruikt. De meest gebruikte dichtvlakken zijn:

De twee flenzen van één verbinding hebben dichtvlakken die bij elkaar passen. Een flens met een verhoogd dichtvlak tegen een vlakke flens van gietijzeren apparatuur kan bij het aantrekken van de bouten de flens van de apparatuur doen scheuren.

Controlepunten

Bij de keuze of de bestelling van een flens moet het volgende kloppen:

  1. de norm (EN 1092-1 of ASME B16.5) en het type;
  2. de nominale maat (DN of NPS) en de drukklasse (PN of Class);
  3. het materiaal, passend bij de pijp en het medium;
  4. bij een lasflens met hals: de boring, passend bij de wanddikte van de pijp;
  5. het dichtvlak, passend bij de tegenflens en de pakking.

Al deze gegevens komen uit de leidingklasse. Op de isometrie en in de stuklijst staat elke flens met de volledige omschrijving, samen met de pakking en de boutset van de verbinding.

In FlowCAD3D

De componentbibliotheek bevat flenzen volgens EN 1092-1 en ASME B16.5, tussen circa 650 onderdelen uit normdatasets. Componenten worden geplaatst met hun werkelijke inbouwlengtes; bij elke flensverbinding komen de pakking en de boutset automatisch mee. Specificaties (leidingklassen) waarschuwen of blokkeren als een flens niet bij de klasse van de leiding past. De stuklijst bevat flenzen, pakkingen en boutsets en kan worden geëxporteerd naar XLSX en CSV. Boutlengtes zijn indicatief.

Starten met FlowCAD3D

Engineer € 169 en Monteur € 119 per gebruiker per maand, exclusief btw; per maand opzegbaar.

BestellenPrijzenDemo aanvragen